Dit is het service-forum van GPS specialist WayPoint uit Notter, Moordrecht, Vessem, Leek, Heerhugowaard en Hilversum.

Kompas, hoogtemeting en barometer van de GPSmap 60CSx

Allemaal toestellen specifiek voor wandelen en fietsen

Kompas, hoogtemeting en barometer van de GPSmap 60CSx

Berichtdoor ++ Lex ++ » 27 okt 2006 12:27

Zie voor HOOGTEMETING EN BAROMETER het volgende bericht.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


HET KOMPAS IN DE 60CSx

(De laatste wijzigingen zijn blauw.)

Achtereenvolgens worden behandeld:
1. Principe
2. Kalibratie
3. Keuze van het meetsysteem
4. Kompas
5. Oriëntatie kaartscherm
6. Noordreferentie
7. Peilingwijzer versus koerswijzer
8. Opmerkingen


1. PRINCIPE

Elke GPS-ontvanger kan als hij in beweging is de richting bepalen waarin hij beweegt.
Toestellen die (mede) bedoeld zijn voor gebruik in het terrein, zoals de 60-serie van Garmin, kunnen ook een kompasroos, die de richting van de windstreken aangeeft, op het beeldscherm tonen. Dit werkt echter alleen zolang het toestel in beweging is, want het GPS-systeem is een plaatsbepalingssysteem; het kan wel de plaats en de bewegingsrichting, maar niet de oriëntatie van het toestel detecteren.

Als gevolg van meetfouten worden kleine stapjes in een willekeurige bewegingsrichting gedetecteerd; bij een hoge snelheid geeft dat te verwaarlozen richtingsfouten doordat die stapjes klein zijn t.o.v. de ook gedetecteerde werkelijke verplaatsing.
Bij lage snelheid gaan die stapjes echter overheersen, waardoor de gedetecteerde richting grote fouten vertoont; bij stilstand wordt de richting zelfs willekeurig.

Een kompas kan de richting van het aardmagnetisch veld bepalen; dit heeft niets met beweging te maken, het kan dus ook bij stilstand.
In de 60CSx is als extra een kompas ingebouwd, dat op electronische wijze de richting van het aardmagnetisch veld bepaalt.
Hoewel Garmin spreekt van een electronisch kompas zal ik het magnetisch kompas noemen, omdat het onderscheid met de standaardvoorziening is dat dit via een magneetveld werkt, terwijl beide systemen electronisch zijn, zodat het zich daarin niet onderscheidt.

De richtingsbepaling kan ook worden gebruikt voor het oriënteren van de kaart en het cursordriehoekje.


2. KALIBRATIE

Het aardmagnetisch veld is een zwak veld dat sterk wordt beïnvloed door magneten, electrische stromen, en ijzeren voorwerpen.
En dat des te sterker naarmate de verstoorders dichterbij zijn. Ook is het veld niet overal even sterk.
Dit maakt het nodig om het kompas te kalibreren. Omdat de batterijen wel heel erg dichtbij zitten moet het ook als je nieuwe batterijen inzet.
Dat kalibreren is echter erg eenvoudig; je draait het toestel langzaam 2x rond, waarbij het toestel vaststelt wat de maximale veldsterkte is.
Doe dit dus niet binnenshuis, want daar zijn de verstoringen groot.
De meting gaat het beste ‘op de hei’, en voor een nauwkeurige meting kun je het beste ter plaatse nog even kalibreren.

Zowel tijdens de meting als tijdens het kalibreren moet het toestel altijd goed horizontaal worden gehouden.


3. KEUZE VAN HET MEETSYSTEEM

Steeds als er een richting nodig is is er de keuze tussen de via GPS bepaalde richting, en de via het magnetisch kompas bepaalde richting.
Omdat de GPS-richting nauwkeuriger is naarmate de snelheid hoger is, maar ook afhankelijk is van een goede ontvangst, terwijl de nauwkeurigheid van de magnetisch bepaalde richting varieert met de grootte van de verstoringen, krijgt de gebruiker de keuze. (MENU->MENU->Instellen->Koers)
Je kunt een snelheid en een tijd instellen. Als de snelheid gedurende minstens die tijd onafgebroken onder de ingestelde waarde is gebleven wordt de magnetische bepaalde richting gebruikt, anders de via GPS bepaalde.
Bovendien kan met één druk op de PAGE-knop (lang indrukken) het magnetisch kompas worden uit- en ingeschakeld. Het zo inschakelen gaat alleen onder de grenssnelheid; de wachttijd geldt dan echter niet. Uitschakelen is ook nuttig als je geen behoefte hebt aan het magnetisch kompas, omdat het toch wel wat stroom gebruikt en dus de batterijtijd verkort. Het stroomverbruik is wel veel geringer dan in de 60CS.
Aan het ikoontje in de bovenbalk kun je zien of er op dat moment van het magnetische kompas gebruik wordt gemaakt.
(Wel/geen ikoontje = magnetisch/GPS).

Omdat het tijdens beweging meestal wat moeilijk zal zijn het toestel precies horizontaal te houden, terwijl de precieze richting dan meestal toch niet zo belangrijk is, kun je het beste zo instellen dat dan het magnetisch kompas is uitgeschakeld. Bij preciese peilingen zul je meestal stilstaan, zodat je dan het magnetisch kompas zult moeten gebruiken. Horizontaal houden is dan echter niet zo moeilijk.
Instellen op 4 km/h en 5 sec zal in bijna alle gevallen automatisch de beste meetmethode opleveren.


4. KOMPAS

Op het kompas staat midden boven een lange streep. Deze geeft de richting aan waarin je beweegt. Alle aangegeven richtingen zijn gerelateerd aan de richting waarin je beweegt.
Omdat GPS geen weet heeft van de richting waarin het toestel gehouden wordt blijft dat zo, ook als je het dwars houdt, of het scherm vertikaal.
Bij magnetische oriëntatie heeft het toestel wel weet van richting, maar niet van bewegingsrichting. Nu moet je het scherm horizontaal houden; zo staat echter ook de antenne horizontaal, want die zit vast. Dat is niet zo best voor de ontvangst, maar het is nodig voor het kompas. Hier heeft de 60CSx trouwens een belangrijk voordeel boven de 60CS, want de x heeft daar dank zij de gevoeliger ontvanger minder last van.

Als je het toestel neerlegt met het scherm horizontaal, antenne naar voren, dan maakt het niets uit of het GPS of het magnetische kompas wordt gebruikt. Afgezien van de nauwkeurigheid dan.
De kompasroos wijst in de juiste richting, en de lange streep midden boven geeft de richting aan waarin je beweegt.

Leg je het toestel echter dwars, met de antenne naar links of naar rechts, dan maakt het wel verschil.
Bij de GPS-methode blijft de streep de richting waarin je beweegt aanduiden; daardoor ligt de kompasroos echter 90° gedraaid t.o.v. de werkelijkheid.
Bij de magnetische methode blijft het kompas de juiste richting aanwijzen, terwijl de streep zijn betekenis verliest.

Rijdt je afwisselend sneller en langzamer dan de ingestelde omschakelsnelheid, dan zal het kompas steeds een kwart slag draaien.

Let wel: je wordt verondersteld de bovenkant van het scherm te laten wijzen in de richting waarin je beweegt, en dan is er niets aan de hand.


5. ORIENTATIE KAARTSCHERM

Bij kaartinstellingen algemeen kun je voor koers-boven kiezen. Als je onder op OFF zet geldt die keuze voor elk zoomniveau.
Noord boven wil zeggen dat de smalle zijde van het scherm, waar ‘GPSmap 60CSx’ staat, noord is. Koers boven wil zeggen dat je naar die zijde toe beweegt.
Een derde mogelijkheid is noordgericht, d.w.z. dat de noordzijde van de kaart altijd naar het noorden wijst, hoe je het toestel ook beweegt of draait.
Instelling: koers boven en magnetisch kompas aktief (zie punt 3 hierboven).

Ook hier maakt de meetmethode niet uit als je het toestel neerlegt met de antenne naar voren. De cursor (driehoekje) staat op het scherm, en de weg waarover je rijdt beweegt er onderdoor. De weg loopt midden over het scherm, evenwijdig aan de lange zijde.

Leg je het toestel echter dwars, met de antenne naar links of naar rechts, dan maakt het ook hier uit.
Bij de GPS-methode blijft de weg in de langsrichting van het scherm lopen; dat is echter haaks op de werkelijke wegrichting.
Bij de magnetische methode loopt de weg evenwijdig aan de korte zijde, en dat is ook evenwijdig aan de werkelijke wegrichting.
Rijdt je afwisselend sneller en langzamer dan de ingestelde omschakelsnelheid, dan zal ook de kaart steeds een kwart slag draaien (wisselt tussen koers boven en noordgericht). Het driehoekje blijft echter naar de korte zijde wijzen, waardoor het dwars over de kaart beweegt.

Als je niet rijdt maar loopt, en daarbij opzij stapt, is er ook verschil tussen koers boven en noordgericht, zelfs als je het toestel recht voor je blijft houden. Bij koers boven draait de kaart, bij noordgericht niet.

De op het eerste gezicht wonderlijke richting van het driehoekje bij noordgericht is bij nader inzien toch wel begrijpelijk. Bij lage snelheid worden alle richtingen door het kompas bepaald, ook die van het driehoekje.
Het driehoekje wijst op de kaart aan in welke richting de bovenkant van het scherm wijst. Doordat de kaart goed georiënteerd is wijst het driehoekje tevens de schermbovenkant aan. Dat is ook de bewegingsrichting, tenminste als je de bovenkant van het scherm in de bewegingsrichting laat wijzen.
Als je het toestel echter niet netjes met de bovenkant van het scherm in de bewegingsrichting houdt blijft het driehoekje de bovenkant van het scherm aanwijzen, niet de werkelijke bewegingsrichting.

6. NOORDREFERENTIE

Je kunt hier kiezen tussen het ware, magnetische, raster- (grid), en gebruikersnoorden.
Het ware noorden wijst naar de geografische noordpool.
Het magnetische wijst naar de magnetische noordpool, die ergens in noord-Canada ligt, of beter, geeft de richting van de magnetische veldlijnen ter plaatse aan.
Het rasternoorden wijst de Y-richting van kaarten aan, dit kan iets van het noorden afwijken doordat de lengtecirkels, die wel noord-zuid lopen, niet helemaal evenwijdig aan elkaar zijn.
Het gebruikersnoorden; hier is de afwijking van het magnetische noorden t.o.v. het ware noorden zelf in te stellen, voor als je de magnetische noordrichting ter plaatse beter kent dan het toestel.
Alle richtingen worden in het gekozen stelsel uitgedrukt, d.w.z. de getallen in de datavelden, maar ook welk getal de richtingspijl in de kompasroos aanwijst.

Bij de GPS-methode wordt de kompasroos zo gedraaid dat de N in de gekozen noordrichting wijst.
Als bij gebruikersnoorden een verkeerde noordrichting is ingesteld wijst de N dus niet het echte magnetische noorden aan, maar de richtingspijl wijst wel de goede kant uit.

Ook bij de magnetische methode wijst de N in de gekozen noordrichting.
Bij een verkeerd ingestelde gebruikersnoordrichting wijst de richtingspijl verkeerd doordat de hele kompasroos gedraaid is; de door de gebruiker ingestelde richting wordt immers in de richting van het echte magnetische noorden gedraaid.
Alleen als de richting m.b.v. het kompas is gevonden wijst de pijl in de goede richting. Dan is de richting op de kaart echter verkeerd.

Bij het oriënteren van de kaart (magnetische methode) is er hetzelfde effect: bij alle instellingen behalve gebruikersnoorden wordt de kaart zo gedraaid dat de in het toestel bekende magnetische noordrichting in de veldrichting wordt gedraaid.
Als er een bekende verstoring van het magneetveld is kun je hiervoor via het instellen van het gebruikersnoorden compenseren; als je een onjuiste waarde opgeeft wordt de kaart in een verkeerde richting gedraaid.

N.B. De witte pijl linksboven op de kaart geeft altijd het ware noorden aan, dus niet de gekozen noordreferentie.

Als je de noordrefentie wijzigt wijzigen alle richtingsaanduidingen mee.


7. PEILINGWIJZER VERSUS KOERSWIJZER

De peilingwijzer is een enkelvoudige pijl. Hij wijst naar het doel.
De koerswijzer is een driedelige pijl. Hij wijst de richting van en de afstand tot een koerslijn aan.
Het is om te schakelen via MENU in het kompasscherm; alleen niet tijdens navigatie via wegen.

Een koerslijn kan een onderdeel zijn van een route, of een verbindingslijn van je oorspronkelijke kaartpositie naar een 'ga naar' positie. De eerste is op de kaart zichtbaar, de tweede alleen als je bij kaartinstellingen-tracklog de 'ga naar lijn' op koers instelt.

Het boven- en onderstuk van de koerswijzer geeft de richting van de koerslijn aan; die is onveranderlijk, hij hangt niet af van je positie. Als je je precies beweegt in de richting van de rode pijlpunt beweeg je je dus op of evenwijdig aan de koerslijn. Als je je er niet op bevindt zul er ook niet op terecht komen.

Het middenstuk van de pijl geeft de koerslijn aan, het middelpunt van de cirkel je positie. Hieraan kun je zien hoe ver je je naast de koerslijn bevindt. De schaal is instelbaar met IN en OUT. De bij de koerswijzer aangegeven afstand (op het plaatje 0.25 km) is die van het midden tot het vijfde puntje. Het middenstuk wordt grijs als het eigenlijk voorbij het vijfde puntje zou moeten staan. Het dataveld 'koersfout' geeft de afstand tot de koerslijn in cijfers.
Om weer op de koerslijn te komen zul je de bewegingsrichting naar die zijde van de rode pijlpunt moeten draaien waar het middendeel van de pijl (=koerslijn) zich bevindt. Dan ga je er schuin op af.
Hierbij heb je de keus tussen een beetje in die richting draaien, dan kom je een eind verderop pas weer op de koerslijn uit, of 90° draaien, dan ga je dwars op de koerslijn, maar bereikt hem zo snel mogelijk. Je maakt dan wel een omweg. Natuurlijk kun je ook een tussenwaarde nemen: redelijk snel terug met een kleine omweg. Het dataveld 'naar koers' geeft hiervoor een redelijk compromis, waarbij vloeiend naar de koerslijn wordt gestuurd.

Afbeelding
Op de positie rechtsonder op het kaartje is als bestemming Waypoint ingegeven (“ga naar”).
De roze koerslijn kan echter niet gevolgd worden; linksboven aangekomen geeft de koerswijzer aan:
Richting koerslijn = 329°, afstand tot koerslijn = ca. 175 m, bewegingsrichting = 8°.
De peilingwijzer geeft aan: richting naar het doel = 42°, bewegingsrichting = 8°.
In de datavelden vind je de hemelsbrede afstand tot het doel, en de nauwkeurige afstand tot de koerslijn. Ook is te zien dat de miniatuurwijzer hetzelfde is als de peilingwijzer.

De peilingwijzer gebruik je als het er alleen om gaat het doel te bereiken; hij wijst steeds de kortste weg daar naar toe aan.
Als je paden volgt dien je altijd de peilingwijzer te gebruiken, dan kun je zien welk pad je moet inslaan. Je kunt toch niet precies de koerslijn volgen, want daar is geen pad.

De koerswijzer gebruik je als je je willekeurig kunt bewegen, maar bij afwijking van de koerslijn in gevaar zou kunnen komen (ondieptes) of vast zou kunnen lopen (verkeerde kant van een obstakel).

Als je een tussenpunt nadert wijst de peilingwijzer vanaf 10 seconden voordat je dat punt zult bereiken niet meer de richting naar dat punt aan, maar die van dat tussenpunt naar het volgende. Je kunt dus zien welke kant het na het tussenpunt op zal gaan. De miniatuurversie kijkt echter niet vooruit.
De koerswijzer wijst tot het laatste moment de richting van de huidige koerslijn aan.


8. OPMERKINGEN

Peil en ga. (MENU vanuit het kompasscherm, alleen te kiezen als er een positie is).
Midden boven het scherm bevindt zich een minuscuul driehoekje. Samen met dat op de kanteltoets heb je een zichtlijn.

Voor de werking van het magnetisch kompas is helemaal geen satellietontvangst nodig.
Voor het peilen van een richting kun je het toestel dus met een gerust hart horizontaal houden.
Voor het vastleggen van je standpunt moet je het toestel vertikaal houden voor de beste plaatsbepaling.

De koerswijzer geeft de richting aan van de koerslijn, de richting verandert dus niet als je van de route afwijkt.
De peilingwijzer wijst altijd naar het doel; hij draait dus als je van de route afwijkt.
Als je met peil en ga een koers hebt ingesteld, krijg je altijd de koerswijzer, nooit de peilingwijzer.
Als je het onderscheid niet goed snapt gebruik je de peilingwijzer; die wijst altijd naar het doel. De koerswijzer is de ingewikkelde.

Voor de spelletjesliefhebbers:
Stel het gebruikersnoorden op 90° in, de omschakelsnelheid op 4 km/h, en de bijbehorende tijd op 5 s.
Als je het toestel kwart slagen draait, zo nu en dan PAGE lang drukt, afwisselend langzaam en snel gaat lopen en soms dwars, heb je een aardige puzzle aan het voorspellen van de richting die het kompas op zal wijzen.
Laatst bijgewerkt door ++ Lex ++ op 12 aug 2009 20:54, in totaal 43 keer bewerkt.
Avatar gebruiker
++ Lex ++
Onafhankelijk GPS-specialist
Onafhankelijk GPS-specialist
 
Berichten: 16620
Geregistreerd: 2 mei 2004 10:56
Woonplaats: Mellieha, Malta

Hoogtemeting en barometer in de 60CSx

Berichtdoor ++ Lex ++ » 27 okt 2006 12:28

HOOGTEMETING EN BAROMETER IN DE 60CSx

(De laatste wijzigingen zijn blauw.)

Er zijn twee instellingen mogelijk voor de hoogtemeting, auto-kalibratie (a-k) en barometermodus.

De uitleg die Garmin geeft is helaas wat erg summier.
Van a-k wordt alleen gezegd dat als hij aan staat de hoogte wordt gecorrigeerd door de GPS-ontvanger.
Bij de barometermodus wordt bij variabele en vaste hoogte slechts aangegeven dat de eerste voor bewegend gebruik is, en de tweede voor stationair, zodat de hoogtemeter als een standaard barometer kan werken.
Maar hoe het de verschillende weergaven beïnvloedt, en hoe je het het beste kunt gebruiken, wordt niet verteld.

Achtereenvolgens worden behandeld:
1. Principe
2. Handmatige kalibratie
3. Automatische kalibratie
4. Wat de 60CSx toont
5. Gebruik als barometer (gebruiksaanwijzing)
6. In het vliegtuig
7. Luchtdrukmeter ijken
8. Tracklogregistratie
9. Waarnemingen
10. Opmerkingen


1. PRINCIPE

Gebruikte variabelen:
P: door de ingebouwde luchtdrukmeter gemeten plaatselijke luchtdruk.
B: luchtdruk op zeeniveau (barometerdruk).
H: hoogte.
Hg: via de GPS-satellieten gemeten hoogte.
B0: vastgelegde B (o.a. door handmatige kalibratie).
H0: vastgelegde H.
Bx: uit P en H0 bepaalde barometerdruk.
Hx: uit P en B0 bepaalde hoogte.

Er is een vast verband tussen P, B en H; elk kan uit de twee andere worden bepaald.
Als B bekend is hebben we dus twee methoden beschikbaar om de hoogte te bepalen:
H via P en B, en Hg via de GPS-satellieten.

We moeten er rekening mee houden dat elke methode een fout in de gevonden hoogte oplevert. De geschatte fout in Hg is 2x de waarde die wordt aangegeven voor de miswijzing in de (horizontale) positie, en zal dus veelal in de orde van grootte van 10 m zijn, maar vaak ook veel meer.
De geschatte fout in H is 3 m, maar daarvoor moet je B kennen, en het verloop daarvan kan binnen enkele uren een fout opleveren die beduidend groter is dan de fout in Hg.
In een dagdeel kan de barometerdruk gemakkelijk enkele hPa verlopen, wat overeen komt met enkele tientallen meters hoogte.
Het verschil tussen zeer hoge en zeer lage luchtdruk is zo’n 80 hPa; dat komt overeenkomt met een hoogteverschil van ruim 600 m.
Daarom moet de kalibratie helaas geregeld herhaald worden.
Vaak kan dat echter niet doordat je noch hoogte, noch barometerdruk nauwkeurig kent.


2. HANDMATIGE KALIBRATIE

Bij handmatige kalibratie kun je naar keuze de bekende hoogte H of de bekende barometerdruk B invoeren.
Het toestel meet zelf de op dat moment heersende plaatselijke luchtdruk P. Het bepaalt de ontbrekende B of H met behulp van de andere twee.
Deze B wordt vastgelegd als B0, H als H0.
B0 wordt, samen met P, gebruikt bij de bepaling van Hx; H0 wordt met P gebruikt voor Bx.
De automatische kalibratie gebruikt B0 als uitgangspunt bij de vaststelling van B.

Voor normaal gebruik kun je beter voor automatische kalibratie kiezen. Door handmatig te kalibreren kun je een hogere nauwkeurigheid bereiken, maar als je het niet voldoende vaak herhaalt is het resultaat nog slechter dan bij automatische kalibratie, en daar heb je geen omkijken naar.

3. AUTOMATISCHE KALIBRATIE

De karakteristiek van de fout in Hg en die in H is verschillend.
Op de korte termijn (seconden en minuten) springt Hg veel meer op en neer dan H.
Op de langere termijn (uren en dagen) verloopt H veel meer dan Hg.
Hiervan wordt bij de automatische kalibratie slim gebruik gemaakt.

Steeds worden H en Hg vergeleken. Daarbij wordt B zodanig bijgesteld dat H gelijk wordt aan Hg. Dat gebeurt langzaam, zodat de toevallige snelle variaties in Hg een zeer geringe invloed hebben. Als H echter, doordat de barometerdruk is veranderd, gemiddeld hoger of lager komt te liggen dan Hg wordt H naar Hg toegetrokken door de veronderstelde barometerdruk B te wijzigen: B=B0+correctie. Zo wordt de korte-termijnstabiliteit van H gecombineerd met de lange-termijnstabiliteit van Hg.

Als de ontvangst wordt uitgeschakeld door het toestel uit te schakelen, GPS uit te zetten of het toestel in de demo-modus te zetten, wordt deze correctie direct op 0 gezet zodat B weer gelijk wordt aan B0. Daardoor wordt H gelijk aan Hx.
N.B. Bij verlies van ontvangst staat de correctie alleen maar stil; hij wordt dan niet op 0 gezet.

Afbeelding
De benadering is logaritmisch met een halfwaardetijd van 20 minuten, d.w.z. dat een verschil tussen H en Hg steeds na 20 minuten is gehalveerd.
B zal een sprongsgewijze verandering van de barometerdruk dus na 1 uur voor 88% gevolgd hebben, en na 2 uur voor 98,5%.
Door de onbetrouwbaarheid van Hg vindt na een uurtje geen verbetering meer plaats, bij een uitzonderlijk grote sprong na zo’n 2 uur. De auto-kalibratie tijdens vertikale verplaatsing telt gewoon mee.

Bij het handmatig kalibreren wordt de waarde van B vastgelegd als B0, en H als H0.
Hx en Bx volgen zonder vertraging P, terwijl B met vertraging P en Hg volgt.

Als het toestel helemaal wordt uitgeschakeld terwijl a-k aan staat wordt B0 gelijk gemaakt aan B, en H0 aan H.
Bij het weer aanzetten begint een nieuwe correctieberekening; bij a-k aan begint B dus weer op de waarde die hij vlak voor het uitzetten had, bij a-k uit op de kalibratiewaarde B0.
Als de satellietontvangst wordt uitgezet zonder het toestel uit te zetten veranderen B0 en H0 niet. Bij weer aanzetten krijgt B dus niet de waarde van vlak voor het uitzetten, maar een oudere waarde. De reden zal zijn dat het uitzetten vaak gebeurt als de ontvangst weggevallen is. Dan zullen recente GPS-hoogtes veelal behoorlijk afwijken en is B dus minder betrouwbaar dan normaal.

Zolang er een goede 3D-ontvangst is en bovendien het verschil tussen Hg en Hx kleiner is dan 300m wordt B bijgesteld, zelfs als a-k uit staat.

Afbeelding
Direkt na het inschakelen gaat de bijstelling van B 60x zo snel. (Halfwaardetijd 20 s).
Na 2 minuten goede 3D-ontvangst, d.w.z. 2 minuten daadwerkelijke correctie, wordt teruggekeerd naar de langzame bijstelling. Als a-k aan staat krijgen B0 en H0 de nieuw berekende waarden.

Deze opzet is bedoeld om, als de ontvanger heeft uit gestaan, snel een eerste benadering te krijgen voor de nieuwe barometerdruk. Dezelfde sprong zou anders 2 uur duren.

Bij a-k aan gebeurt het alleen als de onderbreking minstens 2,5 minuut heeft geduurd (toestel uitgezet of ontvangst uitgezet). Idem voor a-k uit en ontvangst uitgezet. Ook een eventuele handmatige kalibratie moet bij het weer aanzetten minstens 2,5 minuut geleden zijn.
Bij a-k uit en toestel uitgezet is er geen minimale uitzettijd. Het is voldoende als de vorige keer aanzetten en kalibreren beide minstens 2,5 minuut voor het weer aanzetten plaatsvonden.

N.B. Tijdens langdurig slechte ontvangst kan B verlopen, en daarmee ook H.
Als de ontvangst weer beter is kan het zin hebben handmatig te kalibreren met de door GPS berekende hoogte ; a-k kan hierbij aan blijven staan.
Ook kan het toestel of de ontvangst even (minstens 2,5 minuut) uit worden gezet om B zo versneld weer bij te stellen.

Als je toevallig een zeer nauwkeurige hoogtaanduiding tegenkomt, bijvoorbeeld een peilschaal bij een sluis, een bordje op een station dat de hoogte van de bovenzijde van de rails aangeeft, of een hoogtebordje op een berghut, kun je even de hoogte invoeren. De autokalibratie gaat dan verder vanaf de gecorrigeerde waarde.


4. WAT DE 60CSx TOONT

Afbeelding

Hoogte (datavelden): Deze wordt berekend uit gemeten luchtdruk en barometerdruk.
Bij a-k en ontvangst beide aan wordt hiervoor de met behulp van Hg gecorrigeerde waarde B gebruikt, anders de bij het kalibreren vastgelegde waarde B0.
H varieert ten onrechte door de fout in Hg en het achterlopen van B. Hx kan echter een nog veel grotere fout vertonen als je de kalibratie verwaarloost.

Hoogte (grafiek): Deze hoogte wordt ook gebruikt in de tracklog, en als hoogte bij het aanmaken van een nieuw waypoint. Voor het middelen van een waypoint wordt echter altijd Hg gebruikt.

Afbeelding
Bij instelling op vaste hoogte wordt de GPS-hoogte rechtstreeks gebruikt. Dit is wel minder nauwkeurig, maar het wordt niet nadelig beïnvloed door een verwaarloosde kalibratie of achterlopen van B. Bovendien kan het informatie voor handmatige kalibratie leveren.

Afbeelding
In de grafiek heeft het meest rechtse punt, dat nog niet is vastgelegd, echter altijd de waarde uit de datavelden. De vastgelegde punten zijn die uit de tracklog. Voor deze grafiek moeten er dus wel tracklogpunten worden geregistreerd.

Barometerdruk (variabele hoogte, ontvangst aan):
De gemeten drukvariaties worden geïnterpreteerd als hoogtevariaties.
De barometerdruk B verandert niet meteen mee, maar wordt op den duur bijgesteld.
Er zijn schommelingen door de fout in Hg.
Naar een andere hoogte gaan veroorzaakt geen afwijking.

Barometerdruk (vaste hoogte of GPS uit):
Drukvariaties worden geïnterpreteerd als variaties in de barometerdruk.
De barometerdruk Bx verandert onmiddellijk mee, er is geen vertraging.
De fout in Hg veroorzaakt geen schommelingen.
Naar een andere hoogte gaan veroorzaakt een grote afwijking.

Barometerdruk (demo-modus):
Drukvariaties worden geïnterpreteerd als hoogtevariaties.
De barometerdruk B0 is een vastgelegde waarde en is dus onveranderlijk.
De fout in Hg veroorzaakt geen schommelingen.
Naar een andere hoogte gaan heeft geen invloed.

Afbeelding
Altijd worden beide barometerdrukken, B en Bx, geregistreerd.
B wordt getoond bij instelling op ‘variabele hoogte’, Bx bij ‘vaste hoogte’.
Na omschakelen wel opnieuw voor de grafiek kiezen, zodat hij opnieuw wordt opgebouwd. (Je ziet dan ‘Bezig...’)
De keuze kan dus ook achteraf.
(In deze grafieken heeft de 60CSx in het middengedeelte 17 m lager gelegen dan links en rechts.)

Lokale luchtdruk:
Dit is rechtstreeks de door de luchtdrukmeter gemeten luchtdruk. Er is geen vertraging.

Wel worden zowel de barometerdruk als de lokale luchtdruk een kwartier te vroeg in de grafiek gezet, d.w.z. om 13:35 wordt de dan heersende druk in de grafiek gezet bij 13:20 op de tijdschaal.
Ik heb daar geen verklaring voor.


5. GEBRUIK ALS BAROMETER

Kalibreer voor de registratie begint indien mogelijk met de barometerdruk of de hoogte.
(Hierbij wordt alleen de gemeten luchtdruk gebruikt, er hoeft dus geen ontvangst te zijn.)
Zet eerst a-k uit (via MENU MENU -> Instellen -> Hoogtemeter); of eenvoudiger: zet GPS uit (via MENU in het satellietscherm).

Als dat niet kan moet de auto-kalibratie worden gebruikt.
Belangrijk: Bij gebruik als barometer wordt de barometerdruk berekend uit P en H0. Schakel bij aankomst op de hoogte waar je zult gaan meten, en terwijl je nog een goede ontvangst hebt, het toestel uit. Daarmee wordt H0 zo goed mogelijk ingesteld op de actuele hoogte.

Plaats indien nodig verse batterijen.
Schakel pas weer in als je klaar bent voor registratie; zet binnen 2 minuten na inschakelen a-k uit of GPS uit. Dit moet zo snel gebeuren omdat anders, net als bij een extra keer uitzetten, een nieuwe H0 wordt geregistreerd. Die zal slechter zijn door de verminderde ontvangst binnen, en doordat het na een snelle bijstelling gebeurt, die gevoeliger is voor fouten in Hg.
Schakel de vaste-hoogtemodus in of zet GPS uit zodat de barometerdruk zonder vertraging doorkomt en er geen drukvariaties door een variërende Hg zullen zijn.

Tip 1: Hoewel de gebruiksaanwijzing alleen de vaste-hoogtemodus noemt voor barometergebruik, is GPS uit zetten meestal beter.
a. Je kunt flink op het batterijverbruik besparen door GPS uit te zetten. De GPS-gegevens worden voor de barometerdruk toch niet gebruikt.
b. Je zult niet zo makkelijk vergeten na afloop weer terug te schakelen naar bewegend gebruik, doordat je goed op het scherm kunt zien of GPS uit staat. En bij toestel aanzetten gaat het automatisch.
c. Hij ligt niet te piepen omdat hij weer eens ontvangst verliest.
d. Eén omschakeling volstaat; anders zul je veelal èn a-k, èn de barometermodus moeten omschakelen.
e. Het omschakelen via MENU in het satellietscherm gaat wat sneller.

Tip 2: Ook als GPS uit staat kunnen er tracklogpunten gezet worden. Als je dat niet wilt moet je bovendien de vaste-hoogtemodus inschakelen.

Tip 3: In de vaste-hoogtemodus worden de tripgegevens, d.w.z. max. hoogte, stijgingscijfers enz., niet bijgewerkt. Als je beslist niet wilt dat deze gegevens vervuild worden door luchtdrukvariaties tijdens het gebruik als barometer moet je dus voor vaste-hoogtemodus kiezen.

Tip 4: Als je niet handmatig hebt gekalibreerd en je twijfelt aan de correctheid van H0 kun je misschien achteraf corrigeren als er gedurende de registratie voldoende ontvangst is.
Kies de vaste-hoogte instelling. GPS uiteraard aan. De tracklog op tijdsinterval, bijvoorbeeld 1 minuut.
Nu kun je na afloop van de registratieperiode de grafiek van de hoogte (=Hg) bekijken.
Als deze een betrouwbaar uitziend deel bevat kun je de gevonden hoogte gebruiken voor een handmatige kalibratie. Als dit een sprong in de barometerdruk oplevert kun je daarmee de afgelezen waarden uit de grafiek corrigeren.

Tip 5: Als je na vastlegging van H0 toch nog een keer moet uitschakelen, bijvoorbeeld omdat je batterijen moet verwisselen, dien je a-k eerst uit te schakelen of GPS uit te zetten. Dan blijft H0 ongewijzigd.

Tip 6: Als het je alleen gaat om de trend in de barometerdruk hoef je je er niet zo druk over te maken of Hx wel juist is. GPS uitzetten of vaste-hoogtemodus instellen is dan voldoende. Of je kijkt eenvoudig naar de grafiek van de lokale luchtdruk gedurende de periode dat het toestel op een vaste hoogte verbleef.

Tip 7: Als je hebt vergeten de juiste stand voor de barometerregistratie in te schakelen wordt B bij slechte ontvangst een rechte lijn. Schakel dan alsnog om naar de vaste-hoogtemodus (zie hoofdstuk 4, bij laatste plaatje), of kijk naar de lokale luchtdruk.


6. IN HET VLIEGTUIG

Allereerst moet je een fix zien te krijgen in de gesloten metalen kast waar je in zit, en dat valt niet mee. Je zult de antenne voor een raampje moeten houden voor een zo goed mogelijk zicht op de hemel. Helaas ziet de antenne maar de helft van de hemel, maar gelukkig zijn er geen obstakels als bomen of gebouwen. Al met al is er dan een redelijke kans op een fix, maar het hangt wel af van de omstandigheden of er voldoende satellieten zichtbaar zijn. Aangezien een vlucht lang kan duren kan het onderweg nogal eens veranderen. Kies bij een oost-west vlucht (of andersom) bij voorkeur een raampje aan de evenaarzijde. De satellieten bevinden zich namelijk tussen 55°NB en 55°ZB zodat je aan de evenaarzijde meer kans hebt op een voldoende aantal satellieten in de zichtbare hemelhelft dan aan de poolzijde. Hoe het werkelijk gesteld is met de satellieten links en rechts kun je op het satellietscherm zien.
Doordat het patroon zich elke 23h56min herhaalt kun je het enkele dagen tevoren op dezelfde tijd ook zien. Zet GPS uit, dan kun je als positie die van het vliegtuig kiezen, en dan GPS weer aan. Vergeet niet de positie na afloop weer terug te zetten.
Bij een vlucht in westelijke richting veranderen de omstandigheden sneller dan in oostelijke richting doordat je de satellieten tegemoet vliegt; in oostelijke richting bewegen ze met je mee.

In een vliegtuig bevinden we ons in een drukcabine; de luchtdruk is tijdens de vlucht veel hoger dan de omgevingsdruk en dat verstoort de hoogtemeting.
Om een goed profiel van de hoogte te loggen is het noodzakelijk de barometermodus op vaste hoogte in te stellen, zodat Hg geregistreerd wordt.
De getoonde hoogte is altijd flauwekul, maar je kunt de hoogte dan gemakkelijk aflezen door MARK te drukken, de hoogte af te lezen in het waypointvenster, en vervolgens QUIT als je niet wilt dat het waypoint geregistreerd wordt.

Bij a-k aan is het mogelijk dat de hoogtemeter bij aankomst een hoogte van vele kilometers aangeeft; dat hangt af van de geleidelijkheid van de hoogte- en drukveranderingen. Je kunt dit voorkomen door a-k voor het begin van de vlucht uit te zetten, en na afloop weer aan. Als die grote hoogte wordt getoond werkt a-k niet doordat het verschil tussen Hg en Hx meer dan 300 m is. Even handmatig kalibreren met de door GPS berekende hoogte brengt a-k weer op gang.


7. LUCHTDRUKMETER IJKEN

Als we de barometerdruk nauwkeurig kennen kunnen we daarmee kalibreren en zullen we een goede H hebben. Als we iets op en neer gaan zal dat goed worden aangegeven. De hele hoogtegrafiek zal echter nog wat te hoog of te laag liggen door de systematische fout van onze luchtdrukmeter.

Als we de echte hoogte kennen kunnen we daarmee kalibreren. Dat levert het beste resultaat voor de hoogte op doordat de systematische fout zo wordt gecompenseerd. De aangegeven luchtdruk zal dan iets afwijken, maar de hoogte is goed.

We kunnen de luchtdrukmeter zelf ijken als we tegelijkertijd zowel hoogte als barometerdruk nauwkeurig kennen.
Zet de barometergrafiek voor, onderaan staat dan de barometerdruk met minstens 1 cijfer achter de komma. Dit is nodig omdat 1 hPa overeenkomt met meer dan 8 m, en we nauwkeuriger willen werken. Zet een van de datavelden op hoogte, zodat je die tegelijkertijd kunt zien.
Zet de automatische kalibratie uit.
Als je nu kalibreert met de hoogte, kun je de bijbehorende barometerdruk aflezen.
Doe dit alleen als het hoogtecijfer niet is veranderd als gevolg van luchtdruk- of hoogteveranderingen. Het verschil met de echte waarde is de afwijking van de luchtdrukmeter (onder de gegeven omstandigheden).

Het gaat in beginsel om percentages, niet om de absolute waarde, bijvoorbeeld:
We bevinden ons op 3000 m hoogte, dan is de luchtdruk ca. 701 hPa.
Als de afwijking van de barometerdruk (ca. 1013 hPa) +1 hPa bedraagt wordt die veroorzaakt door een afwijking van de luchtdrukmeter van +0,7 hPa.
We zouden dus kunnen noteren voor de correctie (bij de heersende temperatuur):
a. voor de luchtdrukmeter: bij 700 hPa -0,7 hPa.
b. voor de barometer: bij 3 km hoogte -1,0 hPa.
Zolang we niet meer gegevens hebben moeten we dus de plaatselijke luchtdruk corrigeren met -0,7 hPa, en de barometerdruk met -0,7*B/P hPa

Garmin geeft voor de hoogtemeting een nauwkeurigheid op van +/- 3 m bij juiste kalibratie, en een gevoeligheid van 0,3 m. Drie meter komt overeen met ca. 0,4 hPa.
De gevoeligheid is bepalend als gekalibreerd is met de hoogte, de nauwkeurigheid als met de barometerdruk is gekalibreerd. In het eerste geval wordt namelijk gecompenseerd voor de systematische fout van de luchtdrukmeter, in het tweede geval niet.


8. TRACKLOGREGISTRATIE

Deze is mede van belang doordat de hoogtegrafiek gebaseerd is op de tracklog.
Met ingang van softwareversie 3.50 is wordt er in meer situaties geregistreerd.

Nu is de situatie als volgt:
1. GPS aan, en er kan een positie worden bepaald, oftewel er is een fix: Registratie staat AAN.
2. GPS aan, maar er is geen fix: Registratie staat AAN.
3. GPS uit, barometermodus variabele hoogte: Registratie staat AAN.
4. GPS uit, barometermodus vaste hoogte: Registratie staat UIT.
5. Demo modus aan: Registratie staat UIT.

Ad 2. en 3. Alle trackpunten liggen op dezelfde plaats, de laatst bekende positie. Alleen de hoogte en het tijdstempel verschillen, en daardoor kun je een hoogtegrafiek als functie van de tijd maken.
Ad 2. In de automodus van de opslagmethode wordt er een punt gezet als de hoogte verandert. In de vaste-hoogtemodus wordt de laatst bekende GPS-hoogte Hg gebruikt. Dit kan door de waarschijnlijk slechte ontvangst dus een erg onnauwkeurige zijn.
Ad 3. Dit kan zinvol zijn als je ergens klimt waar je toch geen ontvangst hebt.
Ad 4. De positie en de GPS-hoogte Hg zijn beide onbekend. Dan valt er niets te registreren.

Voorheen werd er alleen geregistreerd als er een positie bepaald kon worden. Dus ook in situatie 2. en 3. werd er niet geregistreerd.


9. WAARNEMINGEN

N.B. De gebruikte firmware is versie 3.00; ik heb nog geen verschillen ontdekt met 3.10, maar ben niet systematisch alles nagegaan.

Om een en ander te kunnen uitzoeken heb ik het volgende gedaan.
Wellicht komen er ideeën voor verbeteringen van of aanvullingen op de proefjes en conclusies.

Ik heb een externe antenne op het platte dak gelegd, met een grotendeels vrij uitzicht op de hemel. Meestal komen (bijna) alle satellieten op volle sterkte door, een positiefout van +- 2 m is dan ook heel gewoon. Dit geeft een behoorlijk stabiele Hg. Het stekkertje van het snoer ligt comfortabel binnenshuis, niet noodzakelijk, wel makkelijk.

Voor de waarnemingen is het nodig een groot verschil te creëren tussen Hg en H.
Dit kan door de hoogte te kalibreren met een waarde die opzettelijk 275 m afwijkt.
In de auto-kalibratiestand met variabele hoogte krijg je dan een prachtig logaritmisch verloop van de hoogte, waarmee de halfwaardetijd is te bepalen. Omschakelen tussen deze en de handmatige kalibratiestand (zonder daadwerkelijk te kalibreren) toont aan dat de auto-kalibratie ook in de handmatige stand doorgaat.

Voor het waarnemen van de reactie op drukveranderingen heb ik de 60CSx in een afsluitbare plastic zak gestopt. Door die enigszins op te blazen en er dan op te drukken kun je een goed waarneembare omgevingsdrukverhoging krijgen. Dit is echter niet stabiel genoeg voor de halfwaardetijdbepaling. Ook heb ik aan de gaatjes aan de achterzijde gezogen voor een drukverlaging. Wegens speekselverontreiniging wilde ik blazen vermijden.


10. OPMERKINGEN

Er is een verband tussen plaatselijke luchtdruk, barometerdruk = luchtdruk op zeeniveau, en hoogte. Als er twee bekend zijn kan de derde worden berekend.
Op zeeniveau weegt een kubieke meter lucht ongeveer 12 N, zodat 1 meter hoogte een vermindering van de luchtdruk met 12 N/m2 = 12 Pa geeft, en 100 meter een vermindering met 12 hPa.
De 60CSx gaat uit van een luchtdrukdaling van 0,012% per meter stijging; dit komt overeeen met 8,23 m/hPa bij een luchtdruk van 1013 hPa.
Op grotere hoogte is de luchtdruk lager en zijn het dus meer meters per hPa.

Het blijkt dat drie aanduidingen niet altijd worden begrepen:
Totale stijging: de som van alle stijgingen. Dalingen worden niet afgetrokken.
Totale daling: de som van alle dalingen. Stijgingen worden niet afgetrokken.
Glijhoek: de horizontale snelheid gedeeld door de daalsnelheid. Stijgingen worden niet weergegeven. Van belang voor zweefvliegtuigen.
Voor de horizontale snelheid wordt de recente gemiddelde snelheid gebruikt, die ook voor de berekening van ETE en ETA wordt gebruikt.


Soms wordt de druk niet geregistreerd, terwijl dat wel altijd zou moeten, ook als er geen ontvangst is. Het toestel uit- en aanzetten bleek te helpen.

Als P verandert terwijl Hx en Bx worden getoond passen hoogte, barometerdruk en plaatselijke luchtdruk niet langer bij elkaar.
Een drukverhoging verkleint immers de hoogte alsof de barometerdruk constant bleef, terwijl daarnaast de barometerdruk verhoogd wordt alsof de hoogte constant bleef.

Hg kan via het menu in het satellietscherm worden getoond. Bij instelling op ‘vaste hoogte’ gaat MARK vlugger. Het werkt vanuit elk scherm, je leest de waarde af in het waypointscherm, en door QUIT wordt er niets vastgelegd. Dan zijn het maar twee toetsaanslagen.

Meestal zijn andere instellingen dan die op vaste hoogte beter. De enige situatie die ik me kan voorstellen waarbij vaste hoogte het beste is, is als je een tracklog wilt maken van een schaatstocht terwijl je ook de barometer in de gaten wilt houden. Of een rit door een polderlandschap.

De 60CSx kan, in tegenstelling tot de oudere 60CS, niet de barometerdruk opnemen terwijl het toestel uit staat. Door GPS uit te schakelen krijg je toch een vrij lange levensduur van de batterijen, en heb je een redelijk alternatief.

Het registreren van plaatselijke luchtdruk en barometerstand vindt elk kwartier plaats. Je kunt dat tijdstip verschuiven door een hard reset te geven. Maar dat is niet erg zinvol doordat het vastlegtijdstip langzaam verloopt.
Na een harde reset begint de lokale-luchtdrukregistratie onmiddellijk; de barometerdrukregistratie begint pas als er gekalibreerd is; handmatig of via satellietontvangst bij a-k aan.

Het zo wijzigen van B dat H logaritmisch Hg benadert met een halfwaardetijd van 20 minuten lijkt misschien ingewikkelder dan het is.
Je bereikt dit door elke seconde 1/15.000e deel van het verschil in meters tussen Hg en H op te tellen bij de waarde van B in hPa. Tijdens de snelle bijstelling wordt elke seconde 1/250e deel opgeteld.

Voor de onnauwkeurigheid van de luchtdrukmeter wordt indirect 0,4 hPa opgegeven. Dit lijkt onwaarschijnlijk weinig, probeer maar eens wat je op een gewone barometer kunt aflezen. Toch voldoet mijn exemplaar er ruim aan. Ik heb de hoogte van mijn tafel zo nauwkeurig mogelijk bepaald m.b.v. de 60CSx. Als ik die hoogte invoer bij handmatige kalibratie lees ik een barometerdruk af die tot op 0,1 hPa overeenkomt met de waarde die door een plaatselijk weerstation op het internet wordt gezet. Hierbij tellen de fout in de GPS-hoogtemeting en de fout in de luchtdrukmeting beide mee. Dit vind ik onbegrijpelijk goed, maar ik zal wel geluk hebben gehad met mijn exemplaar.

Het uitzoeken hoe alles precies in zijn werk gaat was erg tijdrovend.
Doordat er zo veel instellingen mogelijk zijn die soms invloed hebben terwijl ik daar helemaal niet op rekende zocht ik vaak langdurig in de verkeerde richting.
Vooral het uitzoeken wanneer precies de versnelde bijstelling optreedt was moeilijk.
En wellicht zijn er nog meer factoren die invloed hebben. Je kunt pas merken dat er nog wat van belang moet zijn als je dat een keer - al dan niet per ongeluk - anders hebt ingesteld, of eerder of later hebt gedaan dan iets anders.

Uiteraard zijn kritiek, aanvullingen en suggesties welkom.
Ik hoop dat er nog meer forumgebruikers zijn die belangstelling hebben voor dit soort technische zaken.
Laatst bijgewerkt door ++ Lex ++ op 26 dec 2007 01:23, in totaal 51 keer bewerkt.
Avatar gebruiker
++ Lex ++
Onafhankelijk GPS-specialist
Onafhankelijk GPS-specialist
 
Berichten: 16620
Geregistreerd: 2 mei 2004 10:56
Woonplaats: Mellieha, Malta

Berichtdoor ++ Lex ++ » 27 okt 2006 12:28

Ik stel me voor om aan de hand van het te verwachten commentaar het artikel aan te passen, dat is gemakkelijker voor de lezer.

:!: Spellings- en taalfouten graag in een PB, niet in het draadje :!:
Avatar gebruiker
++ Lex ++
Onafhankelijk GPS-specialist
Onafhankelijk GPS-specialist
 
Berichten: 16620
Geregistreerd: 2 mei 2004 10:56
Woonplaats: Mellieha, Malta

Berichtdoor hermans » 27 okt 2006 13:23

Hallo Lex,
Dank voor de uitgebreide uitleg. Alvast ik heb belangstelling voor dit soort meer technische zaken.
Misschien heb je ook een verklaring voor de grote verschillen die bij de 60C(S)x soms bestaan tussen de afstand gemeten door de tripmeter en de lengte van de track. Dit is vaak het geval bij wandelingen waarbij men slechts traag vordert (bvb. bergwandelingen). Op verschillende fora is daarover reeds een en ander geschreven, maar een verklaring heb ik nog nergens gevonden.
Herman
hermans
 
Berichten: 180
Geregistreerd: 11 jun 2005 06:46
Woonplaats: Gent (België)

Berichtdoor frits.danon » 27 okt 2006 14:11

Lex schreef:Ik hoop dat er nog meer forumgebruikers zijn die belangstelling hebben voor dit soort technische zaken.


Zeker heb ik hier belangstelling voor. Leuk dat je alles nog een keer heel gedetailleerd op een rijtje hebt gezet.
We hebben er al eens eerder over ge-forumd, kijk maar in dit draadje:
http://forum.gps.nl/viewtopic.php?t=2404&highlight=setup+settings+barometer+++ijking+hoogte+60cs

Waarin overigens in de laatste entry door Roy Bassist gesteld is dat het een continu proces is, maar hij zit er dus naast.

groet,
Frits.
Zumo 550 op een BMW, 60CSx op een Giant fiets en nonchalant op de heup gedragen, Nüvi 360 in een Scénic. En nu de Forerunner 305! bij het spinnen.
Avatar gebruiker
frits.danon
Onafhankelijk GPS-specialist
Onafhankelijk GPS-specialist
 
Berichten: 1777
Geregistreerd: 29 jun 2004 10:08
Woonplaats: in Zuid Holland

hoogte-profiel 60CSx

Berichtdoor tony rave » 27 okt 2006 14:43

Lex,
Daar heb je een prachtig stukje werk van gemaakt.
Ik moet je artikel nog een aantal malen goed in me opnemen en zelf wat experimenteren, er staat heel veel informatie in, maar op voorhand alvast deze vraag.

Deze klim (zie plaatje track profiel) werd gemaakt in ongeveer 23 minuten. De GPS stond zo'n 10 minuten voor de start van het vliegtuig al aan.

GPS staat (altijd) op Auto-Calibration en Variable Elevation.

Zover ik me herinner kwam de Elevation in de trip-computer gedurende de vlucht (2 uur) niet hoger dan zo'n 2000 meter, vanwege de drukcabine.
De GPS hoogte, af te lezen via het menu van het satelliet scherm, was uiteraard gedurende de vlucht wel altijd correct.

Klopt dit plaatje met jouw waarnemingen ?
Of geeft de tracklog toch uitsluitend de GPS hoogte aan ?

Bij een volgende gelegenheid ga ik er nogmaals speciaal op letten.

Afbeelding

Edit 070122:
Onlangs nogmaals een hoogtegrafiek met de 60CSx opgenomen, gps-software v3.00. Instellingen 'variable elevation' en 'autocalibration'.
Deze keer bleef de hoogte-log inderdaad steken bij zo'n 2300 meter.
Ik vraag me nu af of ik de vorige keer dan toch 'fixed elevation' had ingesteld (ik had de 'CSx' toen nog maar sinds kort) of dat de hoogteregistratie in de vorige software (v2.4) anders heeft gewerkt. Ik hou het maar op mijn instelling.
Hierbij de hoogtegrafieken voor heen- en terugreis. Helaas vergat ik voor de terugreis om te schakelen naar 'fixed elevation' om te zien of dan inderdaad de GPS-hoogte gelogd wordt.
Dat is dan voor de volgende keer.
Afbeelding Afbeelding

Edit 080106: hier is dan die volgende keer, zie plaatje hieronder. Ditmaaal de hoote gelogd in de positie 'fixed elevation', unit-software is inmiddels v3.50.
De deuken in de grafiek zijn de momenten dat ik de GPS omschakelde naar 'variable elevation'. Verder viel het mij op dat de de tripcomputer (elevation field) wel altijd de druksensor-hoogte bleef aangeven, ongeacht de instelling 'fixed' of 'variable' elevation.
Afbeelding
Laatst bijgewerkt door tony rave op 6 jan 2008 20:55, in totaal 3 keer bewerkt.
Alles wat je tegenkomt is een mogelijkheid om je weg te vinden, vervolgens een GNSS-Navigator met echte knoppen. 60CSx+60CSx+276Cx
Avatar gebruiker
tony rave
WayPoint relatie
WayPoint relatie
 
Berichten: 1317
Geregistreerd: 1 dec 2004 14:33
Woonplaats: N51.350 E5.458

Berichtdoor elsinga » 27 okt 2006 15:10

Even sticky gemaakt. ;)
Supportvragen graag in het forum, niet per PM of e-mail!

Robert Elsinga =8- ) - (ex) GPS-V, Quest 1, Zumo 660, Montana 650t
(part-time Waypoint adviseur per 1 maart 2010)

Zie ook Youtube, Twitter, Facebook
Avatar gebruiker
elsinga
WayPoint GPS specialist
WayPoint GPS specialist
 
Berichten: 10102
Geregistreerd: 8 jun 2004 14:00
Woonplaats: N52 55.981 E5 51.058

Berichtdoor ++ Lex ++ » 27 okt 2006 18:04

frits.danon schreef:Waarin overigens in de laatste entry door Roy Bassist gesteld is dat het een continu proces is, maar hij zit er dus naast.
Nee, hij had gelijk.

Als a-k aan staat is het een continu proces, dat overigens wel met verschillende snelheid kan verlopen.

De eerste twee minuten na het aanzetten verloopt het snel, om snel een ongeveer waarde te bereiken. Daarna gaat het langzaam om minder last te hebben van de afwijkingen van de GPS-hoogte.
Laatst bijgewerkt door ++ Lex ++ op 27 okt 2006 18:31, in totaal 1 keer bewerkt.
Avatar gebruiker
++ Lex ++
Onafhankelijk GPS-specialist
Onafhankelijk GPS-specialist
 
Berichten: 16620
Geregistreerd: 2 mei 2004 10:56
Woonplaats: Mellieha, Malta

Re: hoogte-profiel 60CSx

Berichtdoor ++ Lex ++ » 27 okt 2006 18:30

tony rave schreef:Deze klim (zie plaatje track profiel) werd gemaakt in ongeveer 23 minuten. De GPS stond zo'n 10 minuten voor de start van het vliegtuig al aan.

GPS staat (altijd) op Auto-Calibration en Variable Elevation.

Zover ik me herinner kwam de Elevation in de trip-computer gedurende de vlucht (2 uur) niet hoger dan zo'n 2000 meter, vanwege de drukcabine. De GPS hoogte, af te lezen via het menu van het satelliet scherm, was uiteraard gedurende de vlucht wel altijd correct.

Klopt dit plaatje met jouw waarnemingen ?
Of geeft de tracklog toch uitsluitend de GPS hoogte aan ?
Afbeelding

Nee, dat klopt niet met mijn waarnemingen.
Ja, het geeft perfect de GPS-hoogte aan.

Er zijn 3 mogelijkheden:
1. De barometermodus stond dit keer toch op vaste hoogte, niet op variable elevation.
2. De firmware was niet 3.00; ik heb alleen de laatste, en misschien is er een wijziging.
3. Mijn waarnemingen zijn fout.

Om het te controleren:
1. Zet de barometermodus op variabele hoogte.
2. Zet de tracklog op tijdsinterval, 10 s.
3. Zuig aan de gaatjes naast de externe-antenneaansluiting. Zet dan vlug je vinger op de gaatjes.

Nu moet de hoogte (cijfers) flink toenemen.
Kijk naar de hoogtegrafiek, de vastgelegde punten zouden niet mee moeten gaan.
Het meest rechtse, nog niet vastgelegde punt, dus wel.
Afbeelding

De GPS hoogte, af te lezen via het menu van het satelliet scherm, was uiteraard gedurende de vlucht wel altijd correct.
:shock: Nu ben ik er zo mee bezig, en dat je zo Hg kunt zien wist ik niet!
Ik druk altijd MARK en QUIT. Dan lees je de hoogte af uit het waypointscherm en wordt er niets vastgelegd.
Het zijn maar twee toetsaanslagen, en het werkt vanuit elk scherm.
Maar een perfecte illustratie van de opmerking dat er best nog verborgen dingen kunnen zijn die je pas ziet als je eens iets op een andere manier doet.
Avatar gebruiker
++ Lex ++
Onafhankelijk GPS-specialist
Onafhankelijk GPS-specialist
 
Berichten: 16620
Geregistreerd: 2 mei 2004 10:56
Woonplaats: Mellieha, Malta

Berichtdoor tony rave » 27 okt 2006 20:07

Andersom gebruikte ik MARK_QUIT nog nooit voor deze meting, inderdaad snel en handig.

Ik heb de instellingen gezet zoals je schreef. Het zuigen lukte me niet, maar in een opgeblazen plastic zak daalde de hoogte van plus22 naar min27. En inderdaad het effect is zoals je schreef.

De software was destijds nog v2.6, dat zou een verklaring kunnen zijn.

Ik hoop binnenkort nogmaals een dergelijke registratie te kunnen vastleggen, waarbij ik eenmaal de variabele en eenmaal de vaste hoogte instelling zal gebruiken.

Al doende leert men !
Alles wat je tegenkomt is een mogelijkheid om je weg te vinden, vervolgens een GNSS-Navigator met echte knoppen. 60CSx+60CSx+276Cx
Avatar gebruiker
tony rave
WayPoint relatie
WayPoint relatie
 
Berichten: 1317
Geregistreerd: 1 dec 2004 14:33
Woonplaats: N51.350 E5.458

Berichtdoor ++ Lex ++ » 28 okt 2006 00:59

hermans schreef:Misschien heb je ook een verklaring voor de grote verschillen die bij de 60C(S)x soms bestaan tussen de afstand gemeten door de tripmeter en de lengte van de track.
Omdat dit onderwerp buiten het kader van dit draadje valt verwijs ik naar lengte tracks en trip in dit forum.
Avatar gebruiker
++ Lex ++
Onafhankelijk GPS-specialist
Onafhankelijk GPS-specialist
 
Berichten: 16620
Geregistreerd: 2 mei 2004 10:56
Woonplaats: Mellieha, Malta

Re: hoogte-profiel 60CSx

Berichtdoor ++ Lex ++ » 28 okt 2006 02:13

++ Lex ++ schreef:Kijk naar de hoogtegrafiek, de vastgelegde punten zouden niet mee moeten gaan.
Het meest rechtse, nog niet vastgelegde punt, dus wel.
Afbeelding
In bovenstaand antwoord heb ik me vergist. :oops:
Tony Rave schreef over een tracklog en liet die ook zien.
In bovenstaand plaatje laat ik echter de hoogtegrafiek zien.

Nu heb ik tijdens mijn onderzoek vastgesteld dat die grafiek gebaseerd is op de punten van de tracklog. Door in alle 4 mogelijke combinaties van barometermodus en auto-kalibratie aan de gaatjes te zuigen heb ik vastgesteld dat de geregistreerde punten in de hoogtegrafiek en de punten van de tracklog identiek zijn. Dus in mijn gedachten zijn tracklog en hoogtegrafiek hetzelfde.

Maar strikt genomen zouden er nog verschillen kunnen zijn die afhangen van andere instellingen dan die twee. Ik vind dat wel onwaarschijnlijk, maar het is niet uitgesloten.
Bovendien zou het met andere firmware anders kunnen zijn.

Je mag dus voor het onderzoeken van de tracklog eigenlijk niet kijken naar de hoogtegrafiek.

Vanavond heb ik een opname gemaakt die laat zien dat in alle vier mogelijke combinaties van barometerstatus en a-k grafiek en tracklog identiek zijn.

Het enige verschil is dat bij stilstand de 60CSx alleen een grafiek op tijdbasis kan tonen, terwijl MapSource alleen een grafiek op afstandbasis kan tonen. Hij kan dit echter wel over zeer kleine afstanden, zodat het ook bij stilstand kan. Daardoor ontstaat een 'harmonica-vervorming' tussen de twee; de punten liggen op dezelfde hoogte, maar anders verdeeld over de x-as.
Afbeelding
Ruwweg de linkerhelft is variabele hoogte, de rechterhelft is vaste hoogte.
Het middendeel is a-k aan, de beide zijkwarten a-k uit.
N.B. Ik heb met opzet een plek met matige ontvangst gekozen, zodat Hg behoorlijk varieert.
Laatst bijgewerkt door ++ Lex ++ op 22 nov 2006 09:42, in totaal 2 keer bewerkt.
Avatar gebruiker
++ Lex ++
Onafhankelijk GPS-specialist
Onafhankelijk GPS-specialist
 
Berichten: 16620
Geregistreerd: 2 mei 2004 10:56
Woonplaats: Mellieha, Malta

Berichtdoor ++ Lex ++ » 6 nov 2006 11:37

N.a.v. het bericht van Paul Mizee heb ik een hoofdstukje over gebruik in het vliegtuig toegevoegd.
GPS 45, GPS III, GPS V, SP 2610, 60CSx, Nüvi 765, 62st
Avatar gebruiker
++ Lex ++
Onafhankelijk GPS-specialist
Onafhankelijk GPS-specialist
 
Berichten: 16620
Geregistreerd: 2 mei 2004 10:56
Woonplaats: Mellieha, Malta

Hoogtemeting

Berichtdoor GeoRob » 8 jan 2007 11:49

Dit zijn de betere discussies en uiutwisselingen op het forum. Mijn interesse heeft het wel.
Ik ben zelf leidingbeheerder en heb inmiddels een stukje software voor elkaar gekregen om digitale leidingbestanden (coördinaten van knikpunten) om te werken naar tracks in de GPS. In één slag wordt een leiding (*.xml) bestand naar een *.gpx voor Mapsource omgewerkt.
Na het laden in de GPS zie je het leidingverloop als een track in je schermpje. I.c. hiermee converteer ik ook afsluiters, brandkranen, punten van kath. bescherming, spuipunten, zinkers e.d. als waypoints met eigen symbooltjes en commentaar naar de 60CSx. Op die manier is mijn GPS een echte beheertool geworden.
Sinds 2006 bezig met GPS: 60CSx, TomTom, Forerunner 305, Holux-iPaq, Oregon 550T, NavTeq en in het werk met GIS
GeoRob
 
Berichten: 52
Geregistreerd: 25 maart 2006 22:36
Woonplaats: Leiden

Berichtdoor ++ Lex ++ » 9 jan 2007 18:31

Het beloofde artikel over het kompas in de 60CSx is eindelijk geplaatst.

Zie helemaal bovenin dit draadje.
GPS 45, GPS III, GPS V, SP 2610, 60CSx, Nüvi 765, 62st
Avatar gebruiker
++ Lex ++
Onafhankelijk GPS-specialist
Onafhankelijk GPS-specialist
 
Berichten: 16620
Geregistreerd: 2 mei 2004 10:56
Woonplaats: Mellieha, Malta

Volgende

Keer terug naar Garmin GPS60C/CS(x); 76C/CS(x); eTrex en geko

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 2 gasten